Indisch & Moluks in Apeldoorn

pelita-huizen-apeldoorn-achtergrondinformatie

Indische en Molukse repatrianten in Apeldoorn

Op deze bladzijde gaan we op zoek naar de sporen van de Indische & Molukse inwoners in Apeldoorn en omgeving.

Al in de laatste tien jaren van de negentiende eeuw was Apeldoorn in trek bij Indische Nederlanders. Deze Indisch gasten brachten er graag hun verlof door. Ze gaven daarmee gehoor aan de advertenties van de gemeente Apeldoorn die trots was op haar koninklijk paleis en het droge en gezonde klimaat zoals is te lezen in haar advertentie in ‘Apeldoorn en omstreken’ uit 1896. Deze stadsgids was een gratis uitgave van de Vereeniging tot veraangenaming van het verblijf in Apeldoorn.

stadsgids-van- apeldoorn-en-omstreken-1896
Apeldoorn en omstreken 1896

De voorzitter van de Stichting Indisch Erfgoed Ralph Kneefel beschikt over veel beeldmateriaal.

apeldoorn-indisch
Foto Maarten Sprangh

Indische repatrianten in Apeldoorn

Na de Japanse bezetting ontvluchtten vele Nederlanders, Indische-Nederlanders en Indo-Europeanen de Republik Indonesia, zoals Indië toen al heette. De meeste van hen kozen voor Nederland. 

Uiteindelijk moesten zo’n 32.000 personen in Nederland worden ondergebracht. Een enkeling kon bij familie wonen. Anderen huurden een kamer bij particulieren. Maar de meesten woonden tijdelijk in pensions, hotels of woonoorden. Of ze woonden tijdelijk in Gelderse huizen van aankomst. Ook in Apeldoorn en omgeving.

advertentie-gerepatrieerden
Nieuwe Apeldoornse Courant 20 september 1950

Ze konden in Apeldoorn ook in aanmerking komen voor een woning die door de Stichting Pelita was gebouwd. De eerste bewoonster heette Lies Kruijsdijk-Boon. Ze was de zuster van Jan Boon alias Tjalie Robinson die het Indische tijdschrift Tong Tong had opgericht. Het tijdschrift Gelderland In Woord En Beeld portretteerde haar op 4 september 1948: 

Zij is jong, tenger Indisch vrouwtje en haar verhaal is even triest als dat van vele haarer lotgenoten.

Woonoord Teuge nabij Apeldoorn

In oktober 1950 vond de Nederlandse overheid het voormalige Duitse kamp in Teuge geschikt als huisvesting voor de repatrianten. Er stonden vijftien barakken verspreid over het uitgestrekte terrein van het gelijknamige vliegveld. De overheid vond dat burgers die er toen woonden, maar plaats moesten maken voor de repatrianten.

Ambonstraat (Foto Fliegerhorsten in Nederland)

De overheid meende tevens dat deze repatrianten weinig tot niets van de Nederlandse leefwijze wisten. Ze hadden immers in Indië gewoond. Daarom werd de Rijksdienst voor Uitvoering van Werken (D.U.W.) ingeschakeld. Die moest voor de huisvesting van de repatrianten zorgen. Omdat de aanduiding ‘kamp’ een negatieve betekenis had, werd gekozen voor woonoord.

De Apeldoornsche Courant schonk op 5 oktober 1950 aandacht aan de komst van de Indische repatrianten.

TEUGE: tehuis voor gerepatrieerden. Het is er goed, maar de buitenwacht is vaak lastig.

De speciale verslaggever van de krant bedoelde met de toevoeging dat er Nederlanders waren die ervan profiteerden dat de repatrianten niet altijd op de hoogte waren van de Nederlandse normen en waarden. Daarom was besloten dat niet iedereen toegang tot het woonoord had. Hij vergeleek het woonoord Teuge met een woonhuis waar indringers niet waren toegestaan en zich daarom schuldig maakten aan huisvredebreuk.

Kort gezegd: van binnen naar buiten vrij, van buiten naar binnen gesloten. En wie kennis heeft genomen van het optreden van sommige opdringerige lieden, zal deze maatregel billijken. De K.N.I.L.-militairen zijn met hun gezinnen niet naar Nederland gekomen om door Nederlander te worden uitgebeend.

Uiteindelijk werden 65 gezinnen in het woonoord Teuge gehuisvest.

Maar een jaar later werd besloten dat de repatrianten op hun beurt plaats moesten maken voor 400 Molukse soldaten van het KNIL met hun gezin. Onder protest verhuisde het merendeel van de repatrianten naar contractpensions van de Dienst Maatschappelijke Zorg in Gelderland. Een klein aantal kreeg een woning toegewezen in een van omringende gemeenten.

Indische repatrianten in Paleis Het Loo

Op voorstel van Marga Klompé, die sinds 1956 minister van Maatschappelijk werk was, stelde prinses Wilhelmina in 1958 een vleugel van haar Paleis Het Loo ter beschikking.

indische nederlanders paleis het loo
Foto Harry Pot (10-02-1958)

Op dat moment woonde de zwangere Miriam Weinsteiner met haar dochtertje in Haarlem. Maar haar echtgenoot werkte in Apeldoorn. Die vond de afstand te groot om iedere dag op en neer te reizen. Daarom plaatste hij een opvallende advertentie in de Nieuwe Apeldoornsche Courant. Zijn dochtertje, een twee jaar oude repatriante, wilde ook ’s avonds door haar vader naar bed gebracht worden. Zijn advertentie kwam onder de aandacht van prinses Wilhelmina.

En zo was er ook voor het gezin van Miriam Weinsteiner woonruimte op Paleis Het Loo. Ze was prinses Wilhelmina daarvoor eeuwig dankbaar. Hetty Naaijkes-Retel Helmrich interviewde voor haar docufilm Contractpensions. Djangan Loepah!.

In het voorjaar van 1990 was in Apeldoorn de tentoonstelling Sporen van een koloniaal verleden over de opvang van de repatrianten in Apeldoorn te zien.

tentoonstellingscatalogus indisch in apeldoornthuisdoorgeven

Molukse repatrianten in Teuge

De Molukse gemeenschap in Teuge vond al snel aansluiting bij de Nederlandse gemeenschap, ondanks hun geestelijke aanpassingsproblemen. De door hen georganiseerde ‘Ambon-avond’ eind januari 1952 in het Parochiehuis in Deventer, kreeg de nodige belangstelling. De aanwezigen waren niet alleen onder de indruk van de Molukse liederen en dansen, maar ook over hun verhalen hun heimwee naar de Molukken.

Er woonden 90 Molukse gezinnen en 20 Molukse vrijgezellen in het woonoord Teuge. Ze vonden werk in Deventer en Apeldoorn.

Molukse sportverenigingen maakten het Teugense clubs knap lastig, en wonnen vaak. Molukse bands speelden op veel festiviteiten.

Op 5 mei 1953 vond een gezamenlijke herdenking en kranslegging door de inwoners van Voorst en de Molukkers uit het woonoord Teuge plaats.

Foto Fliegerhorsten in Nederland

Op de vuist

Op voorstel van de het Commissariaat Ambonezen Zorg had de minister van Maatschappelijk Werk Van Thiel ingestemd met de honorering in Molukse woonoorden voor de dagelijkse verzorging van de bewoners. Dit voorstel veroorzaakte de nodige onrust onder de Molukse gemeenschap los. Met name op 7 juni 1956 in woonoord Teuge.

Daar had een verpleegster haar salaris voor drie maanden 78 gulden van het Commissariaat Ambonezen Zorg ontvangen voor haar werkzaamheden. De kampraad bracht het geld naar de beheerder van het woonoord, de heer Samson, met de opdracht het bedrag aan het Commissariaat terug te geven. De Molukse gemeenschap had namelijk met een exploot van de deurwaarder minister Van Thiel laten weten dat zij de nieuwe regeling als onverbindend beschouwde. Maar de kampbeheerder weigerde.

’s Middags kwam de kampraad met zo’n dertig bewoners opnieuw naar het kantoor van de beheerder. Het gesprek werd een vechtpartij, waarbij de beheerder met het ijzeren tuinmeubilair werd geslagen. Zijn echtgenote waarschuwde de politie.

Met de komst van de politie escaleerde de situatie in een ware veldslag. Een grote groep Molukkers belaagde de vijf agenten met straatklinkers, stenen, stokken en steenkool. De agenten losten waarschuwingsschoten. Daarbij werd een Molukker in de been geschoten.

De oproep van de Molukkers naar andere Molukse woonoorden om naar Teuge te komen had geen succes.

Na de bemiddeling van de burgemeester Voorst baron van de Feltz keerde ’s avonds de rust terug. Twee gezinnen werden naar een ander kamp gebracht.

De volgende dag besteedde de landelijke pers uitgebreid aandacht aan het tumult in Teuge.

Molukse repatrianten in woonoord Vaassen

In  1958 werd in opdracht van de Rijksgebouwendienst afdeling Ambonezenzorg naar het ontwerp van de Arnhemse architect H. Lammers  in korte tijd in Vaassen nabij Apeldoorn een woonoord gebouwd.

De Telegraaf van 27 juni dat jaar vond het een fraai kamp.

Het modernste en mooist gelegen kamp, dat ooit in ons land voor de Ambonezen werd gebouwd, wordt thans in snel tempo in het Veluwedorp Vaassen voltooid. Het frisse, fleurige complex wordt gevormd door 37 houten woongebouwen, een school met acht lokalen, een kerk met ca. 300 zitplaatsen, een ontspanningslokaal, douche-inrichtingen, washuis, dienstgebouwen en ziekenzaaltjes. Er staat een klein pompgebouw voor reserve-watervoorziening.

De sober ingerichte woningen, maar voorzien van veel glas, boden plaats aan 800 tot 1.000 Molukkers.

Drie maanden later woonden 175 gezinnen, zo’n 800 personen, in de 133 woningen. Het merendeel van de bewoners was afkomstig uit het woonoord Schattenberg. Ook woonden er 27 gezinnen uit Teuge.

woonoord-berkenoord-vaassen
Woonoord Berkenoord Vaassen (Moluks Historisch Museum)

Op 10 september 1958 bracht  koningin Juliana in het gezelschap van de minister voor Maatschappelijk Werk mw.dr. Marga Klompé een bezoek aan het woonoord Vaassen. De beheerder en de kampraad werden aan haar voorgesteld. De voorzitters van de diverse Molukse politieke organisaties informeerden haar over het leven in een Moluks woonoord. De koningin maakte ook kennis met de vertegenwoordigsters van de vier vrouwenorganisatie en afgevaardigden van het commissariaat Ambonezenzorg.

kamp berkenoord vaassen
Foto Harry Pot (10 september 1958, Nationaal Archief)

Verhuizen?

Later adviseerde minister Klompé om alle Molukkers  naar nieuwbouwwijken in steden verspreid over het land te laten verhuizen.

Maar de Molukkers in de woonoorden rond Apeldoorn, met name in Vaassen, verzetten zich tot verbazing van de vaderlandse pers tegen de verhuizing. Het bleek namelijk dat de dienst Ambonezenzorg had ingestemd met de verbouwing van de houten woningen. Inmiddels was op dertien van deze huizen reeds een zolderverdieping gebouwd.

Een Moluks gezin zag af van de aangeboden nieuwbouwwoning met centrale verwarming, twee slaapkamers, moderne keuken, toilet en lavet, een witgekalkt plafond en behang op de muren. Andere Molukse gezinnen kozen wel voor de verhuizing. Maar eigenlijk had de keuze voor wel of geen verhuizing er natuurlijk mee te maken dat veel Molukkers hoopten naar de Molukken terug te kunnen keren.

De Molukse bewoners kregen bijval van het toenmalige Tweede Kamerlid Harmen (Groep Harmsen) die begin april 1969 minister Klompé vroeg om de gedeeltelijke of gehele verhuizing van  de bewoners van onder andere het woonoord Teuge niet door te laten gaan. Waarom niet? Omdat volgens Harmsen deze Molukkers al achttien jaar in Teuge woonden en de plaatselijke middenstand en de scholen nadeel van hun verhuizing zouden ondervinden.

Uiteindelijk kozen Molukkers uit Teuge, Twello en Vaassen toch voor verhuizing. Later verhuisde een aantal van hen naar de nieuwbouwwijk in Apeldoorn Zuid.

molukse kaartenspelers in een winkeltje
Foto Zeth Matulessy

Voor hen werden in 1963 op de Cort van der Lindenstraat en Van Oldenbarneveltstraat in Apeldoorn-Zuid woningen gebouwd.

flats-apeldoorn-zuid
Flats in Apeldoorn Zuid (Foto CODA Apeldoorn)
Verified by MonsterInsights

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op “cookies toestaan”, om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op “Accepteren” hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten