Achtergrondinformatie

achtergrondinformatie-geschiedenis-indisch-moluks-compagnies-erfgoederfgoed

Voor het inzicht van het behoud van erfgoed van de Verenigde Oostindische Compagenie, het Indische & Moluks en Surinaams Javaanse erfgoed is eerst wat achtergrondinformatie over dit culturele erfgoed nodig. Musea, bibliotheken verzamelingen bewaren dit bijzondere erfgoed voor onderzoekers of belangstellenden. Particulieren koesteren hun erfgoed.

Zuiderweg Erfgoed geeft informatie over Compagnies, Indisch en Moluks erfgoed. Maar ook over het Surinaams-Javaans erfgoed.

Allereerst is er een korte kennismaking met het Compagnies Erfgoed. Voorbeelden hiervan zijn houtsnijwerk en drukwerk. Daarna is er aandacht voor het Indisch & Moluks Erfgoed met als Indische voorbeelden het kookboek en muziek. Een typisch Moluks erfgoed is de piring. Tot slot Indisch & Moluks in Apeldoorn over hoe en waar de Indische en Molukse gemeenschap in Apeldoorn woont.

Achtergrondinformatie over erfgoed in het algemeen vind je op Erfgoedbeheer & Erfgoedbehoud.

Waarover achtergrondinformatie?

Compagnies Erfgoed

Het oudste Indische & Molukse erfgoed is gemaakt tijdens de Verenigde Oostindische Compagnie in Oost-Indië. In het bijzonder in Batavia. De geschiedenis en de achtergrondinformatie van dit erfgoed wordt op deze website geïntroduceerd. Dat kunnen schilderijen zijn, tekeningen, zilveren voorwerpen etc. Maar op deze bladzijde ligt de nadruk op houtsnijwerk en drukwerk.

Houtsnijwerk

Batavia werd in 1612 gesticht als de belangrijkste plaats van de VOC in Oost-Indië. De gouverneur-generaal, de bestuurders en de kooplieden woonden aanvankelijk in het Kasteel. Later verhuisden ze naar woningen op de Tijgersgracht of Jonkersgracht. En in de tweede helft van de achttiende eeuw naar luxe woningen thuynen genaamd buiten de stadsmuren.

De ambachtslieden woonden in het Ambachtskwartier. In hun werkplaatsen maakten ze meubels, zilveren schalen en bekers. Maar ook houtsnijwerk. Zij waren eveneens in dienst van de VOC.

Op onderstaande afbeelding is een gedeelte van een deurpost te zien die door houtbewerkers is gemaakt voor het voormalige stadhuis van Batavia. Tegenwoordig is in dit gebouw het Museum Serajah Jakarta (Fatahillaha of Batavia Museum)  gevestigd. Het rood geverfde hout is versierd met vergulde bloemen en bladeren van de acanthus. Het is een mooi voorbeeld van goed bewaard Compagnies erfgoed.

achtergrondinformatie-geschiedenis-indisch-moluks-compagnies-erfgoederfgoed
Foto Adrienne Zuiderweg

Drukwerk

Prozateksten, zoals reisverhalen, en gedichten zijn ook Compagnieserfgoed. Ze zijn geschreven door personeelsleden van de VOC in hun vrije tijd. Dat waren vaak kooplieden en onderkooplieden, chirurgijns, juristen of kopiisten. Ze worden daarom Compagniesauteurs en Compagniesdichters genoemd en hun oeuvre Compagniesproza en Compagniespoëzie.

De Compagniesdichters schreven gelegenheidspoëzie voor hun bazen of andere belangrijke personen in Batavia. Maar ook voor hun familieleden of de  bestuurders van de VOC, de Heren Zeventien, in het verre vaderland. Ze dichtten over geboortes, bruiloften en overlijden. Sommigen vereeuwigden hun beschermheer in lofdichten.

Onderstaande afbeelding is het titelblad van de gedichtenbundel die in 1760 is verschenen ter gelegenheid van de geboorte van de zoon van gouverneur-generaal Petrus van der Parra. Deze dichtbundel Heil-Groeten is in Batavia gedrukt. De titelpagina is gedrukt in twee kleuren: rood en zwart. Deze achtergrondinformatie is nodig om te begrijpen waarom deze gedichtenbundel niet alleen bijzonder, maar ook kostbaar is. De drukkers waren trouwens ook in dienst van de VOC. Later waren er ook particuliere drukkers.

titelblad-dichtbundel-
Heil-Groeten met schuldige eerbied opgedraagen. Batavia 1760

Indisch & Moluks Erfgoed

Twee voorbeelden van Indisch & Moluks Erfgoed zijn het kookboek en de muziek.

Kookboek

Tot het Indisch en Moluks erfgoed horen de schriften met handgeschreven recepten of gedrukte kookboeken. Bijvoorbeeld het kookboek van mevrouw Catenius-Van der Meijden uit 1942. 

Hoewel de receptenschriften en kookboeken generaties lang van moeder op dochter werden doorgegeven, geven ze gelijktijdig ook belangrijke achtergrondinformatie over eetgewoontes.

erfgoed-kookboek-catenius-van-der-meijden
Mevr. J.M.J. Catenius-van der der Meijden Groot nieuw volledig Oost-Indisch kookboek. Semarang etc. 1942

Tegenwoordig publiceren kinderen en kleinkinderen de kookschriften van hun moeder. Bijvoorbeeld Marc Tierolf die de aantekeningen van zijn Oma Miet heeft uitgegeven.

Eigenlijk beschikt wel iedere Indische of Molukse eetliefhebber over aantekeningen, een plakboek of mapje met familierecepten.

Kaft van boek van Marc Tierolf titelHet Indische kookschrift van Oma Miet

De Stichting Muhabbat vraagt in de Molukse gemeenschap aandacht voor papeda. Dit traditionele Moluks gerecht werd oorspronkelijk van sagomeel gemaakt en diende als basisvoeding op de Molukken. Omdat de sagopalm in Nederland niet groeit, wordt de papeda in Nederland van aardappelzetmeel gemaakt. Papeda wordt gecombineerd met diverse fris pittige of zure sausen uit de Molukse keuken.

papeda-en-diverse-sauzen
Afbeelding Elias Rinsampessy

Muziek

Muziek is eveneens Indisch & Moluks erfgoed. Daarom is hiervoor ook aandacht.

Op de radio klonk krontjongmuziek. Bekende krontjongliedjes waren Nina bobo, Nona manis en Terang boelang. De Nederlandsch-Indische Radio Omroep Maatschappij (NIROM) liet Miss Tina met het liedje Bugna terate of lotusbloem horen. Ze werd begeleid door de toenmalig bekende Muziekvereeniging Lief Java.

muziek-vereeniging-lief-java
Muziek Vereeniging Lief Java

Indische & Molukse jongeren waren fans van de uit Amerika overgewaaide rock-’n-roll. Iedereen kende wel de Tielman Brothers. Deze musicerende broers gaven aan de rock-’n-roll een Indische touch die Indorock wordt genoemd. Indorock is tot op vandaag nog steeds populair in de Indische & Molukse gemeenschap.

De Tielman Brothers traden op met liedjes zoals Bosa Nova Baby.

Indisch & Moluks Erfgoed in Apeldoorn

In deze achtergrondinformatie is ook aandacht voor Indisch & Moluks erfgoed in Apeldoorn.

Verlofgangers en repatrianten

In de loop van de negentiende eeuw brachten Indische verlofgangers hun verlof in Den Haag of Apeldoorn door. Maar Apeldoorn had iets te bieden dat Den Haag niet had. Namelijk een paleis. Oranjegezinde verlofgangers woonden daarom tijdens hun verlof het liefst in pensions zo dicht mogelijk bij Paleis Het Loo.

In de Apeldoornse wijk De Parken lieten de nieuwe bewoners villa’s bouwen met veranda’s en serres. Hun huizen waren een combinatie van Hollandse en Indische architectuur. Sommige eigenaren waren ook in Indië geweest. Ze waren trots op hun verzamelingen. Hun Indische pensiongasten waanden zich meteen weer in Indië. Zoals dat ook is te lezen op de bladzijde ‘Indisch & Moluks in Apeldoorn’.

villa-casa-blanca-apeldoorn
Foto Frederik Erens

In de jaren vijftig liet de Stichting Pelita eenvoudige huizen bouwen. Ook in Apeldoorn. Deze huizen waren bestemd voor de repatrianten die vanwege de politieke omstandigheden Indonesië, zoals Indië dan al heet, moesten verlaten.

pelita-huizen-apeldoorn-achtergrondinformatie
Foto Frederik Erens

Molukkers

Vanaf 1951 dwong de Nederlandse regering Molukse KNIL-soldaten te kiezen tussen Nederland en de in 1950 door de Zuid-Molukkers uitgeroepen Republik Maluku Selatan. Maar omdat de soldaten de Nederlandse regering hadden gediend, werden ze op de Molukken als overlopers beschouwd. Daarom kozen ze voor Nederland. Na hun aankomst werden ze verspreid over Nederland ondergebracht. Vaak in barakken van voormalige concentratiekampen of in woonoorden. Zo ook in Vaassen en Teuge, nabij Apeldoorn.

Na de gewelddadige ontruiming van het Vaassense kamp Berkenoord in oktober 1976 verhuisden veel Molukkers naar Apeldoorn. Ook Molukkers uit Teuge verhuisden naar Apeldoorn.

Ze stalden in hun stenen huizen het weinige erfgoed uit, dat ze uit Indië hadden meegenomen. Bijvoorbeeld hun muziekinstrumenten zoals gitaar en trompet. Hun piring natzar stond op een bijzondere plaats in de woonkamer. In deze offerschaal legden ze het geld voor de zondagse collectes in hun kerk. De schaal was met een doek bedekt.

piring-natzar-achtergrondinformatie
Foto Moluks Historisch Museum

Surinaamse Javanen

Na de opheffing van de slavernij in Suriname in 1863 was er een tekort aan arbeiders op de plantages. Daarom besloten plantage-eigenaren contractarbeiders te werven buiten Suriname. Omdat de meeste eigenaren een band met Nederlands-Indië hadden, kozen ze de ondernemingen op Java en Sumatra als voorbeeld. Ze boden deze Javanen en Sumatranen werkcontracten in Suriname aan en noemden hen contractarbeiders of koelies. Een onderneming in Nederlands-Indië was dus vergelijkbaar met een plantage in Suriname.

Voor de Javanen en Sumatranen in armoedige omstandigheden was een contract als arbeider op een Surinaamse plantage  een uitkomst. Daarom gaven velen gehoor aan de ronselaars. Hoewel ze eigenlijk geen idee van de afstand tussen Indië en Suriname hadden.

Tussen 1890 en 1930 vertrokken Javanen en Sumatranen naar Suriname als contractarbeider, daarna ook als zogenaamde vrije migranten. Hoewel ze van verschillende eilanden uit Nederlands-Indië afkomstig waren, werden ze steevast Javanen genoemd.

In 1974-1975 en in de latere jaren kwamen er duizenden Surinaamse Javanen naar Nederland. Ze verenigden zich in een stichting of comité. Bijvoorbeeld Stichting Comité Herdenking Javaanse Immigratie (Stichji).

groep-javanen-in-suriname-archieffoto
Foto Tropenmuseum

Op 3 oktober 2003 trad Suriname toe tot de UNESCO Conventie ter bescherming van het immaterieel erfgoed voor de waarborging van het immaterieel cultureel erfgoed in Suriname. Het ingediende verzoek betrof de historische binnenstad van Paramaribo. Maar in 2013 werd de Surinaamse regering door de UNESCO op de vingers getikt, omdat het niet langer meer de verplichtingen naar UNESCO nakwam.

Echter nazaten van Javaanse en Sumatraanse contractanten bewaren het materieel en immaterieel erfgoed van hun voorouders, zoals de batik, gamelan, de traditionele Javaanse paardendans of djaran kepang, wajang uitvoeringen of wayang koelit en gevlochten voorwerpen. De eetcultuur kent de bami met de speciale ingrediënten. Tot slot zijn er de verschillende gebruiken of mores in de dagelijkse omgang.

surinaams-javaanse-wayang
Foto Stichting Surinaams Museum

In het Archief van deze website  vind je meer informatie over de Surinaamse Javanen.

Verified by MonsterInsights

Door de site te blijven gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies. meer informatie

Deze site is standaard ingesteld op “cookies toestaan”, om je de beste mogelijke blader ervaring te geven. Als je deze site blijft gebruiken zonder je cookie instellingen te wijzigen, of als je klikt op “Accepteren” hieronder, dan geef je toestemming voor het gebruik van Cookies.

Sluiten